Ons onderwijs

Om je te kunnen ontwikkelen, om te kunnen leren, zijn er drie dingen belangrijk:

  • dat je je veilig voelt en het fijn hebt met de mensen om je heen (je ervaart verbondenheid)
  • dat je het vertrouwen hebt dat je de taak aankunt (je voelt je competent )
  • en dat je zelf iets over je taken te zeggen hebt: je hebt een stuk autonomie

Vanuit deze drie uitgangspunten wordt het onderwijs op Merlijn vormgegeven.

 

 

Op SBO Merlijn kennen we drie units: de onderbouw (4-9 jarigen), de middenbouw (9-12 jarigen) en de bovenbouw (11-13 jarigen). In iedere bouw zijn de groepen heterogeen samengesteld, dat wil zeggen, dat de kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar zitten.

 

Sinds het schooljaar 2018-2019 werken alle bouwen in een vernieuwde onderwijsruimte. De onderbouw en de middenbouw hebben de beschikking over twee grote onderwijsruimtes, de bovenbouw één. In iedere onderwijsruimte krijgen twee stamgroepen les. De kinderen worden begeleid door meerdere leerkrachten (co-teaching) en een onderwijsassistent.

 

Er is altijd één groepsleerkracht die eerstverantwoordelijk is voor de leerling en het aanspreekpunt voor de ouders. Dit noemen wij de mentor.

 

De lessen in rekenen, taal en lezen krijgen de kinderen in de bouw van een vakleerkracht. Dit noemen we de werktijden. Iedere juf of meester is specialist op een vakgebied. In de klas wordt van tevoren met de kinderen afgesproken op welke tijd ze met welk vak bezig zijn en wanneer ze instructie volgen bij de vakleerkracht.

 

Voor de basisvaardigheden: lezen, rekenen en taal is de gehele leerlijn van de basisschool in kindertermen geformuleerd. De leerkracht gaat in gesprek met het kind over wat het al beheerst en wat zijn/haar volgende doel gaat zijn. Dit wordt vastgelegd op een doelkaart en er worden afspraken gemaakt over welke materialen gebruikt gaan worden, met wie het leren plaats gaat vinden en wanneer weer gekeken wordt of het doel behaald is. Hierbij wordt gebruik gemaakt van matrixen waarin de leerlijnen voor de kinderen zijn beschreven voor de basisvaardigheden. Dit gesprek noemen we een matrixgesprek.


Zelfstandig werken aan eigen leerdoelen neemt een belangrijke plaats in in ons onderwijs. Kinderen hebben een dag- of weektaak, waarin de taken staan waar ze aan werken. Het zelfstandig werken wordt in fases aangeleerd vanaf de onderbouw tot aan de bovenbouw.

 

In de onderbouw-start volgen de jongste leerlingen specifiek onderwijs voor kleuters. Kinderen die er aan toe zijn werken mee in de werktijden.

 

Buiten de werktijden wordt er gewerkt aan wereldoriëntatie vanuit een thema. Dit noemen we thematijd. Kinderen mogen meedenken over de inhoud van het thema door het stellen van leervragen. Het thema wisselt per periode. Binnen het thema wordt altijd een uitstapje gemaakt en een activiteit gedaan waarbij ouders actief kunnen zijn. Ook wordt er veel aandacht gegeven aan mondelinge taalvaardigheid, woordenschat, expressie en sociale vaardigheden. Waar mogelijk gebeurt dit aan de hand van het thema. In de bovenbouw krijgen de kinderen Engels. Verder volgen de kinderen gymnastiek, weerbaarheidstraining en handvaardigheid bij een vakleerkracht.

 

Download